[ Pobierz całość w formacie PDF ]
.Verbijsterd begon ik te tellen.Negenenveertig en er was nog één een hoek ingerold - vijftig.Het was een deel van het bedrag waarvoor ik mijn eetlust had verkocht; en op tafel lag die brief van de heren Crackett en Charges, waarin ik werd uitgenodigd elke maand dertig pond op te nemen.Dan was het dus allemaal waar!Ik ging zitten en probeerde met kloppende slapen en een koortsachtige hartslag alles op een rijtje te zetten.Het werd me allemaal duidelijk, op de naam van de koper na-de heer-de heer-Boule-de-neige herinnerde ik me nog wel, het huis, de kamer en het diner, maar niet de naam van de aartsbedrieger, en ik besefte nog lang niet hoe groot zijn bedrog was.Pas toen mij later de naam werd verteld wist ik het weer.Het was vreemd.Er wordt gezegd dat mensen voor geld hun ziel aan de duivel hebben verkocht, waarbij blijvend geluk werd ingeruild tegen een paar jaar plezier; maar wat mij betreft, zo op het eerste gezicht had ik alleen maar het ongemak van een gezonde eetlust ingeruild tegen een gerieflijk leven zonder eten.Er school geen kwaad in zo'n transactie; dat ongemak was totaal anders dan dat van Faust.En dan waren er nog de duidelijke, gulle feiten, mijn zakken waren zogezegd gevuld met soevereinen; en met de brief waarin stond dat ik maandelijks dertig pond kon afhalen.Gulle feiten meende ik dat het waren, maar dat pakte anders uit.U zult het zien.Net als ik, denkt u natuurlijk dat ik bij die transactie niets te verliezen had.Oordeelt u zelf.Toen ik naar buiten ging, kwam ik de hospita tegen, die me voor het eind van de week de huur opzegde.'Ik dacht dat u een rustige, ingetogen jongeman was,' zei ze.'Ik zal nooit meer op het uiterlijk van iemand afgaan.Met uw gezang en gedans heeft u mij en de huurders de hele nacht uit de slaap gehouden, en dan heb ik het nog niet eens over het stampen op de grond met de stoel.Na deze week wil ik u hier geen uur langer zien, ook al zou u mij op uw knieën smeken te mogen blijven.De buren dreigen met de politie; en dat terwijl ik al twintig jaar een rustige vrouw ben.'Weer zonk de moed mij in de schoenen.Maar misschien was ik het toch wel en was niet die goede oude heer, mijn vriendelijke baas en weldoener, de oorzaak van deze overlast.Het was ontegenzeglijk waar dat ik te veel wijn bij mijn heerlijke diner had gedronken.Ik vroeg haar nederig om vergeving en liep naar buiten.Het was al bijna één uur, maar ik had nog geen trek in ontbijten.Dat was een volkomen nieuwe ervaring voor mij.Toch ging ik uit gewoonte naar een koffiehuis, en bestelde thee en een plak spek.Toen ze werden gebracht ontdekte ik, en ik had het afschuwelijke gevoel dat het nog erger zou worden, dat mijn smaak was verdwenen.Behalve dat het ene vloeibaar was en het andere vast, nam ik niets waar.Mijn reukorgaan kwam me evenmin te hulp; later zou ik ontdekken dat mijn neus gelukkig of helaas was aangetast en niet meer kieskeurig of kritisch kon reageren.Buskruit, zwavelwaterstof en tabak vond ik niet lekker ruiken.Dat gold eveneens voor bepaalde geuren die bij het koken hoorden.Bepaalde bloemen, thee en rode wijn rook ik daarentegen graag, al kon ik ze niet uit elkaar houden.Ik proefde ze niet, maar het eten ervan schonk mij evenmin bevrediging.Ik at en dronk automatisch, omdat ik wist dat mijn lichaam niet zonder kon.Dat besef, en meer, kwam echter langzaam.Na een noodgedwongen ontbijt wendde ik mijn schreden naar de advocaten, die kantoor hielden in Lincoln's Inn Fields.De brief werd in ontvangst genomen door een verwaande jonge klerk in glanzend zwarte ambtskleding, die zijn neus ophaalde en er een zelfgenoegzame houding op na hield.'Ha!' zei hij, 'ik dacht wel dat u na die brief snel bij ons langs zou komen.Zet daar uw handtekening.U heeft er geen gras over laten groeien.Dat doen ze geen van allen.'Het was een ontvangstbewijs; en ik wilde net vragen of ik mijn pen in bloed moest dopen, toen hij met inkt aankwam.'Daar, Luke Lucraft, over de postzegel van acht penny heen.Ik mag geen vragen van u beantwoorden, meneer Lucraft, en er u geen stellen; hier is dus uw geld en dan wens ik u een goede morgen.Net als al die anderen zult u de naam van uw weldoener waarschijnlijk niet kennen en zou u die graag willen weten - ja; maar aan mij moet u dat niet vragen; en ik heb opdracht u niet bij de heer Charges of de heer Crackett binnen te laten.Met uw voorganger hebben ze moeilijkheden genoeg gehad.Met een dronken kop heeft hij zich met geweld toegang verschaft tot het kantoor, waar hij hen met de liniaal bewerkte.'Het koude angstzweet brak mij uit.'Ik hoop echter, meneer Lucraft, dat u fortuinlijker bent dan uw voorgangers.''Wie zijn dat dan? Over wie heeft u het?''Ik weet niet wie het zijn, niet met zekerheid,' antwoordde hij met een grijns.'Maar we kunnen het wel raden.Dood en begraven zijn ze, allemaal.Naar het hiernamaals; ook nog allemaal aan hetzelfde gestorven: LH.De Lekkere Hapjes zijn hun fataal geworden.Arme oude heer.Hij is te goed voor deze wereld, zoals iedereen weet, en hoe meer hij zich op de hals haalt, hoe meer hij wordt bedrogen.Enfin, hij heeft veel pech met zijn beschermelingen.Toen de laatste vertrok, zei hij nog wel dat hij er geen meer zou nemen; hij heeft erom gehuild en zei dat zijn vrijgevigheid altijd wordt misbruikt; zo'n gulle oude man is er nog nooit geweest.Ik zou best willen dat zijn oog op mij was gevallen.''Hoe zei u overigens dat hij heet?'De klerk keek me met een sluw knipoogje aan.'Als u het niet weet, weet ik het zeker niet,' zei hij.'Hier is de cheque, meneer Lucraft.Ik hoop dat u hier nog lang blijft komen en het wat langer uithoudt dan die andere kerels.Maar er rust een vloek op alle begunstelingen.Wat zag die Tom Kirby er gezond uit toen hij voor het eerst zijn cheque kwam ophalen.Zo sterk als een beer en fris als een hoen.''Had hij een goede eetlust?''Nee; hij kon na een tijdje niets meer eten; zei dat hij nergens meer zin in had.Was zijn hele eetlust kwijt.Hij kwijnde weg en stierf nog voor het einde van de derde maand aan vliegende tering.Niemand heeft hem ooit zien drinken, maar net als de anderen was hij regelmatig dronken.Misschien is het toeval.Ik wens u meer geluk, meneer Lucraft.'Dat gesprek stelde me niet gerust en ik besloot nog eens naar Bucklersbury terug te gaan om mijn patroon te spreken.Ik vond de paal waartegen ik geleund stond toen hij me aansprak; daar bestond geen enkele twijfel over, want de hazen en bloemkolen lagen nog steeds in de etalage, alleen vond ik ze nu walgelijk.Ik vond de straat waar hij me heen had gebracht, en toen - toen - en dat was heel vreemd - toen kon ik de deur waar we doorheen waren gegaan, niet meer vinden.Er was niet alleen geen deur, een deur zoals ik me die herinnerde, bestond helemaal niet in deze smalle, bochtige straat.Ik liep twee keer de straat op en neer.Ik keek naar alle ramen.Ik vroeg aan een politieagent of hij ooit een oude heer had gezien die beantwoordde aan mijn beschrijving, of een neger als Boule-de-neige; maar hij kon me niet verder helpen [ Pobierz całość w formacie PDF ]