[ Pobierz całość w formacie PDF ]
.’ Dat deed ik.(Dan moesten ze me loslaten.) Toen zei iemand dat ik ook mijn broek maar moest uitdoen.Die bobbel naast mijn gulp vertrouwde hij niet.Toen lachte iedereen.(Waarom moeten mannen altijd lachen als ze iemand verdriet doen?)Ik bad God of hij me niet in een zwerm wespen om kon toveren.Wat zou ik ze dan steken! In hun vingers, in hun oorlel, in hun ogen.Op de plekken waar het hun het meeste pijn zou doen.Op al de plekken waar ze mij hadden aangeraakt, daar zou ik ze ook steken.Tot ze één grote bult waren.Eén grote, stekende, zwerende bult.Dat zou ze leren.‘Oké, jongens,’ hoorde ik de chef zeggen.‘Zo is het wel genoeg geweest.Ik denk dat jullie er net iets te vroeg bij waren.Voortaan wachten jullie tot ze van de afdeling zijn afgelopen.Dan pas kun je ze aanhouden.Eerder niet! Begrepen?’De mannen die me hadden aangehouden (aangehouden? gemarteld hadden ze me) knikten dat ze het hadden begrepen.Tegen mij zei de chef dat hij het dit keer door de vingers zou zien.‘Maar de volgende keer dat wij je snappen, ben je er gloeiend bij.Is dat duidelijk?’Ik knikte dat het me duidelijk was.Maar natuurlijk was het me niet duidelijk.Wat verbeeldde die gevaarlijke gek zich eigenlijk.Ze hoefden helemaal niets door de vingers te zien.Ik had toch niets gedaan zeker.Je bent toch niet strafbaar als je niets doet wat niet mag.Zij waren toch fout, ik niet.Door de vingers zien!.Ze konden me beter hun excuses aanbieden! (Waarom geven mensen die de baas zijn zo vaak de schuld aan mensen die zich niet kunnen verdedigen?) Zulke dingen schoten door mijn hoofd, maar ik zei ze niet.Loden kogels sloegen van binnenuit tegen mijn slapen alsof ze er doorheen wilden breken.In mijn hart probeerde een slagwerker zijn basedrum aan flarden te slaan.Er brandde vuur in mijn nek.Hoe eerder ik hier weg kon, hoe liever.Mijn ouders zagen onmiddellijk dat er iets gebeurd was, toen ik thuiskwam.‘Toe nou jongen, vertel nu eens rustig.’ Toen ik ze het hele verhaal verteld had, waren ze zó overstuur dat het leek of zij die middag zelf waren ondervraagd en getreiterd.En maar jammeren dat ze me al zo vaak hadden gezegd dat ik.dat dit nu juist hun zoon.wat zouden de buren er wel van denken.als dit het resultaat was van hun opvoeding.als iedereen maar zou doen waar hij zin in heeft.controle moet er nu eenmaal zijn, dat moest ik toch weten.en camera’s hangen er tegenwoordig overal om je in de gaten te houden.bij ons op het plein hangen ze ook, kijk maar in die boom daar, zie je hem niet?.Nee, ik zag hem niet.Ik wilde hem niet zien.Ik wilde naar bed.Slapen.Diep onder de dekens.Waar geen camera me kon zien.IMME DROSEen tochtje met ome JaapIk had me veel voorgesteld van de vakantie bij mijn neef Krijn.Hij woonde op een eiland en zijn vader had een eigen motorboot, spannende dingen.Vanaf Pasen schreven we elkaar al wat we allemaal wilden gaan doen: een hut bouwen, met de boot gaan vissen, voetballen, zwemmen, een fik stoken op het strand.‘Zul je geen heimwee krijgen?’ vroeg mijn moeder toen de trein vertrok.Ik lachte haar uit.Heimwee, terwijl ik eindelijk iets ging beleven.Krijn stond me op te wachten toen de boot aankwam.De eerste nacht sliepen we niet, zoveel hadden we te bepraten.Ik wilde het liefst eerst varen met die boot, maar Krijn had meer zin in de hut.‘Nu ja, we zien wel,’ besloot hij tegen de ochtend.Een paar uur later brak hij zijn enkel toen hij van het platte dak afgleed en daar zaten we, Krijn met zijn been in het gips en ik ernaast.Daar gingen mijn avonturen, daar ging mijn vakantie.We knikkerden tot de bommen en mootjes afsleten en speelden met allerlei stomme spelletjes.Na een week had ik niet eens trek meer in eten, ik verveelde me te pletter.‘Jongen, Wim,’ zei oom Jaap, die naar me keek als naar een lucht vol donderkoppen, ‘dat wordt niks zo.Weet je wat, jij gaat morgen met mij mee vissen.’ ‘Goed idee,’ vond tante Hanna, ‘dan wit ik de kamer.Willen jullie dan de meubels voor me naar de tuin dragen?’‘Witten, waar heb je zin in,’ zei oom Jaap.‘Witten met die hitte!’ Om half zes in de ochtend sjouwden we de zware, ouderwetse stoelen naar buiten en toen was het moment aangebroken: we vertrokken [ Pobierz całość w formacie PDF ]