[ Pobierz całość w formacie PDF ]
.Op de plaatsen in het Westen waar ik ben geweest hoor je altijd wel het geluid van een langsrijdende auto.Het wordt er nooit helemaal stil, zoals in de woestijn.Nadat alle verhalen en de grappen verteld waren, gingen mama, Nhur en ik met de kinderen binnen slapen.We konden de hyena's horen jammeren, maar ze kwamen nooit dichterbij.Mijn dromen waren wild, zodat ik die nacht niet lekker sliep.Ik droomde dat ik met mijn moeder onderweg was.We waren al een paar dagen verdwaald en kwamen bijna om van de honger en de dorst.Toen ik op een hoge heuvel was geklommen, zag ik beneden een hut met een vuur en een theepot.Ik rende terug om het aan mijn moeder te vertellen.‘Mama, mama, ik heb een hut gezien, en mensen.Kom, kom! Het komt nu wel goed.’ Ik rende de heuvel af naar het hutje.Toen ik dichterbij kwam, riep ik: ‘Hallo, hallo, is daar iemand?’ Er kwam geen antwoord, en er kwam niemand het hutje uit.Ik zag iets vreemds uit de tuit van de theepot komen en tilde het deksel op om te zien wat er stond te koken.Wanneer je niet veel water hebt, kun je beter in een theepot koken om water te sparen.Toen ik het deksel optilde, zag ik dat de pot vol bloed zat en dat er iemand in werd gekookt.Geschrokken liet ik het deksel vallen en deed ik een stap achteruit, om me heen kijkend.Achter me stonden aan weerskanten van me vreemde mensen, die er als witte duivels uitzagen, met ingevallen wangen en holle troebele ogen.Er stonden er twee aan elke kant.Mijn moeder kwam achter me aan de heuvel af en ik schreeuwde: ‘Mama, mama, maak dat je wegkomt.Kom niet dichterbij, ren, ren.’Ze keek me aan en zei: ‘Nee, Waris, je weet dat ik niet meer zo hard kan rennen.Ren jij maar.’ Ik wilde niet weggaan, maar de kwade djinns kwamen veel te dichtbij.Ik zei smekend tegen haar: ‘Mama! Kom dan met me mee.’ Ze rende niet snel genoeg en ik bleef maar rennen en rennen.Ik riep naar haar: ‘Mama, sla die duivels, sla ze weg!’Ze schreeuwde: ‘Rennen, Waris.’‘Nee, mama,’ riep ik, ‘en jij dan?’‘Ren jij maar weg, Waris,’ riep ze, ‘ik red me wel.’ Ik keek om en zag dat de duivels met lange slagersmessen op haar rug inhakten.Ze viel neer, maar toen ik naar haar toe wilde gaan, kwam er een andere duivel achter mij aan, zodat ik weg moest rennen en haar niet kon helpen.Ik viel en begon te schreeuwen, en toen werd ik schreeuwend wakker.Om in één dag Boosaso te kunnen bereiken, moesten we vroeg in de ochtend vertrekken, maar ik kon me amper bewegen omdat ik zo verdrietig was.Mijn moeder was al opgestaan voordat de maan was verdwenen en had haar gebedsmatje buiten het kleine hutje op de grond uitgerold.Ze wendde haar gezicht naar de heilige stad Mekka, de navel van de wereld, en begon knielend en zingend te bidden.‘Er is geen andere God dan Allah, en Mohammed is Zijn profeet,’ zong ze.O, wat hield ik van de echo van dat lied.Voor mijn moeder is het het lied van het leven.Het is haar agenda.Ze zal nooit een gebed overslaan omdat het toevallig een drukke dag is.Ik behoor tot God, zegt ze, die is het belangrijkste in mijn leven, de enige die van belang is.Elke dag raakt ze vijf keer de eeuwigheid aan.Zelf heb ik overal in huis klokken.Ik heb horloges, kalenders en agenda's, alsof tijd het allerbelangrijkste is.Het is twee uur, dan moet ik mijn agent bellen.Het maakt niet uit dat de baby huilt of dat de bel gaat – op de een of andere manier beheersen die kleine wijzertjes van de klok alles! Ik ben een slaaf van die dictator; ik ga in de stromende regen naar buiten omdat er moet worden gehoorzaamd aan de kleine pijltjes.Mijn moeder is een slaaf van God.Ze ontleent haar waardigheid en kracht aan haar God, ik word alleen maar koud en nat.Een paar duiven kwamen uit het oosten aangevlogen en gingen boven op haar kleine hutje zitten.We noemen ze engelenvogels omdat ze de tuspah dragen, een zwarte verenkrans om hun nek die aan een amulet doet denken.Ze brengen engelen en goed nieuws met zich mee, en ik bedacht dat Allah wel voor mijn moeder zou zorgen.Mijn lieve schoonzusje Nhur maakte angella voor me.Toen de kolen van het vuur gloeiend heet waren en de vlammen waren verdwenen, hurkte ze ernaast neer en drukte ze het beslag dat ze de avond daarvoor had gemaakt uit tot pannenkoekjes.Ik kon geen angella mee naar huis nemen, maar ik wilde een paar foto's maken om me aan die speciale smaak en geur te herinneren.Toen ik Nhur probeerde te fotograferen, pakte ze een groot mes en deed lachend net alsof ze me wilde steken.Ze stak haar tong uit en maakte stekende bewegingen in de lucht.‘Laat me met rust, ik ben aan het koken,’ zei ze.‘Ik weet dat je dat mes zult gebruiken als ik te dichtbij kom,’ zei ik, maar wat kon ze doen? Nhur was hoogzwanger en droeg een lange jurk.Ik fotografeerde haar uit elke hoek, alleen maar om haar te plagen.Ze zou toch niet achter me aan komen en de angella laten verbranden.De buren kwamen kijken of er voor hen iets te halen viel.Ze wisten dat ik vandaag naar huis zou gaan en dat ik toch niets met me mee kon nemen.‘Geef me die cacaoboter, geef me die sluier!’ riepen ze.‘Die heb je niet meer nodig.’ Ik had niet veel om weg te geven, maar ik gaf wat ik kon.Het was de Somalische variant van een kofferbakmarkt.Er zijn van die dagen waarop de zon zich langs de hemel haast, en dit was zo'n morgen.Dat is een ander probleem van klokken, tijd is niet altijd hetzelfde.Mijn vader lag in het huis van Burhaan te rusten en ik wilde het eerst afscheid van hem nemen.Mijn lichaam voelde zwaar aan en bewegen kostte me moeite.Ik had het gevoel dat ik wel tien ton woog.Er is een Somalisch woord dat betekent: voor de laatste keer met iemand praten voordat de reis begint.Zodra Aba dat woord zei, begon ik te huilen.Hij was zo hulpeloos en zwak.Hij hoorde me en vroeg: ‘Waarom huil je, kindje?’‘Ik wou dat je mijn gezicht kon zien voordat ik vertrek.’‘Liefje, je weet dat ik je niet kan zien.’Zijn ene oog was bedekt door een verband, zijn andere oog was troebel, en met geen van beide kon hij iets zien.‘Ik wou dat je me kon zien, mijn gezicht, mijn ogen, ik wou dat je eens goed naar me kon kijken,’ zei ik tegen hem.‘Je hebt me zo'n twintig jaar niet gezien.Weet je nog hoe ik eruitzie? Ik ben nu een volwassen vrouw.Toen ik wegging, was ik een klein meisje.’Hij stak zijn hand uit, die ik vastpakte en tegen mijn gezicht hield zodat hij mijn huid en de vorm van mijn neus kon voelen.Hij raakte me verlegen en teder aan.Er welden nog meer tranen op in mijn ogen, die zijn vingers natmaakten.Ik wilde de brutale sterke vader zien die ik van vroeger kende.Ik verlangde naar de krachtige vader voor wie ik banger was geweest dan voor de leeuwen.Mijn vader las mijn gedachten en zei: ‘Waris, we worden allemaal ouder en we veranderen allemaal.Niets blijft hetzelfde.’‘Ik denk dat er wel een reden voor is, maar die kent alleen Allah,’ zei ik snikkend.Iedereen stond op me te wachten.Buiten kon ik Mohammed horen roepen en toeteren.‘Papa, ik moet nu gaan,’ zei ik.Mijn vader zei: ‘Ik heb iets voor mijn kleinzoon, een xudden-xir.’ Hij gaf me een lange haar, geplukt van een vrouwtjeskameel.Het is een geschenk voor een pasgeboren kind.Daardoor moest ik nog harder huilen.‘Doe me een plezier,’ fluisterde hij.‘Zorg ervoor dat ze je niet zien huilen, je bent nu een volwassen vrouw.Ik ben nog niet dood, huil maar wanneer ik dood ben.En nu wegwezen.’ Dat was zijn manier om te zeggen: ik hou van je.Hij wilde me sterk maken omdat hij weet dat dat de manier is waarop hij door het leven is gekomen [ Pobierz całość w formacie PDF ]