[ Pobierz całość w formacie PDF ]
.Voor haar lag Mijn leven van Giacomo Casavecchio, en ze was verdiept in haar studie van het verslag van de renaissance-spion over zijn fameuze ontsnapping uit de prigione van Venetië, de gevreesde gevangenis in het hertogelijk paleis van Venetië waaruit nog nooit iemand was ontsnapt - of ooit zou ontsnappen.Een stapel soortgelijke boeken lag op een tafeltje niet ver van haar stoel: verslagen van ontsnappingen uit gevangenissen over de hele wereld, maar met name gericht op het federale strafgevangenisstelsel in de Verenigde Staten.Ze las zwijgend en hield af en toe even op om een aantekening te maken in een in leer gebonden notitieboek.Toen ze klaar was met een van die aantekeningen, zakte het vuur in de haard met een luide knal ineen.Constance keek op van het onverwachte lawaai en sperde haar ogen open.Ze had grote, violette ogen die vreemd wijs leken voor een gezichtje dat niet ouder kon zijn dan eenentwintig.Langzaam ontspande ze zich.Niet dat ze zich nu direct nerveus voelde.Tenslotte was de villa gewapend tegen indringers; zij kende de geheime gangen beter dan wie dan ook; ze kon zonder enig oponthoud in elk van die gangen verdwijnen.Nee - maar ze had hier zo lang gewoond, ze kende het oude donkere huis zo goed, dat ze de stemmingen ervan bijna kon aanvoelen.En momenteel had ze de onmiskenbare indruk dat er iets niet klopte; dat het huis haar iets wilde vertellen, haar wilde waarschuwen.Op een tafeltje naast de stoel stond een pot kamillethee.Ze legde de documenten weg, schonk zich een verse kop thee in en stond op.Ze streek het voorpand van haar ivoorkleurige schort glad, draaide zich om en liep naar de boekenplanken aan de andere kant van de bibliotheek.De stenen vloer was bedekt met Perzische tapijten, en ze verplaatste zich onhoorbaar.Toen ze bij de boekenplanken aankwam, leunde ze voorover en keek naar de vergulde boekruggen.Het enige licht was afkomstig van het vuur en een enkele tiffanylamp naast haar stoel.In deze verre uithoek van de bibliotheek was het schemerig.Eindelijk vond ze waarnaar ze op zoek was: een verhandeling over gevangenisdirectie tijdens de Depressie, en ze liep ermee terug naar haar stoel.Ze ging weer zitten, opende het boekje en bladerde naar de inhoudsopgave.Toen ze het gewenste hoofdstuk had gevonden, pakte ze haar theekop, nam een slok en wilde de kop weer terugzetten.En daarbij keek ze op.In de fauteuil naast het bijzettafeltje zat plotseling een man: lang, aristocratisch, met een haviksneus en een hoog voorhoofd, een bleke huid en een streng zwart pak.Hij had rossig haar en een kort, keurig geknipt baardje.Toen hij haar aankeek, scheen het licht van het vuur in zijn ogen.Een was diep groenbruin, het andere was van een melkachtig, doods blauw.De man glimlachte.Constance had hem nog nooit gezien, en toch wist ze meteen wie het was.Met een kreet sprong ze overeind, en de kop viel uit haar hand.Snel als een ratelslang schoot de hand van de man naar voren en greep de kop vlak voordat die de grond raakte.Hij zette hem op het zilveren blaadje en leunde weer achterover.Er was geen druppel verloren gegaan.Het was zo snel gegaan dat Constance amper kon geloven dat het echt gebeurd was.Ze bleef als aan de grond genageld staan.Ondanks de schok was één ding zeker: de man zat tussen haar en de gangdeur.Snel begon hij, alsof hij haar gedachten kon lezen: 'Wees niet bang, Constance.Ik heb geen kwaad in de zin.'Roerloos bleef ze voor haar stoel staan.Haar ogen flitsten de ruimte door en kwamen uiteindelijk weer uit bij de man in de fauteuil.'Je weet wie ik ben, neem ik aan?' vroeg hij.Zelfs de boterzachte, zuidelijke klanken waren vertrouwd.'Ja, ik weet wie u bent.' Ze stikte bijna in de griezelige gelijkenis met de man die ze zo goed kende, tot op de laatste millimeter, alles behalve zijn haar - en zijn ogen.De man knikte.'Dat stemt me dankbaar.''Hoe bent u hier binnengekomen?''Hóé ik hier ben gekomen doet er niet toe.Waaróm ik hier ben, dat is de vraag, denk je ook niet?'Constance leek daar even over na te denken.'Ja.Misschien hebt u gelijk.' Ze deed een stap naar voren, liet haar hand van de fauteuil glijden en streek langs de tafel.'Uitstekend, dan: waarom bent u hier?''Omdat het tijd werd dat we elkaar spraken, jij en ik.Dat is toch wel de minste hoffelijkheid die je me kunt bewijzen.'Constance deed nog een stap naar voren en bewoog haar vingers langs het glanzende hout.Plotseling bleef ze staan.'Hoffelijkheid?''Ja.Tenslotte heb ik.'Met een onverwachte beweging griste Constance een briefopener van het tafeltje en sprong op de man af.De aanval was niet alleen opmerkelijk vanwege de snelheid, maar ook vanwege het stilzwijgen waarmee een en ander afgehandeld werd.Ze had niets gedaan, niets gezegd dat de man had kunnen voorbereiden op haar aanval.Niet dat het iets uithaalde.De man dook op het laatste moment opzij en de briefopener zonk tot aan zijn heft weg in het sleetse leer van de fauteuil.Constance rukte hem eruit en draaide zich met het wapen boven haar hoofd geheven naar hem om, nog steeds zonder een kik te geven.Toen ze op hem af dook, ontweek de man koeltjes de aanval en greep met een lichte armbeweging haar pols.Ze verzette zich, stribbelde tegen, en ze vielen op de grond.De man pinde haar vast onder zijn lichaam en de briefopener stuiterde over het kleed.De lippen van de man bewogen heel dicht bij haar oor.'Constance,' zei hij rustig.'Du calme.Du calme.''Hoffelijkheid!' krijste ze opnieuw.'Hoe durf je het woord in de mond te nemen? Je vermoordt de vrienden van mijn voogd, je brengt hem in diskrediet, je sleurt hem zijn huis uit!' Plotseling zweeg ze, en probeerde ze zich los te worstelen.In haar keel was een zacht gekreun te horen: van frustratie, vermengd met een andere, complexere emotie.De man bleef zacht en kalmerend op haar inpraten.'Probeer het te begrijpen, Constance.Ik wil je geen pijn doen.Ik hou je alleen vast om te voorkomen dat jij mij iets aandoet.'Ze begon weer te vechten.'Vreselijke man!''Constance, toe nou.Ik moet je iets zeggen.''Naar jou zal ik nóóit luisteren!' hijgde ze.Maar hij bleef haar tegen de grond drukken, zachtjes maar onverbiddelijk.Langzaam kwam er een eind aan haar verzet.Met pijnlijk bonzend hart bleef ze stil liggen.Ze werd zich bewust van zijn hartslag - veel trager dan die van haarzelf- tegen haar borsten.Hij lag nog steeds kalmerend en rustig in haar oor te fluisteren; ze probeerde hem te negeren.Hij ontspande zijn greep.'Als ik je loslaat, beloof je dan dat je me niet opnieuw aanvalt? Dat je hier blijft zitten om te horen wat ik te zeggen heb?'Constance gaf geen antwoord.'Zelfs een veroordeeld man heeft het recht om gehoord te worden.En misschien kom je erachter dat het niet allemaal is wat het lijkt.'Constance bleef zwijgen.Na een tijdje stond de man op van de vloer en liet - langzaam - haar polsen los.Ze kwam meteen overeind.Zwaar ademend streek ze haar schort glad.Haar blik schoot weer door de bibliotheek.De man stond nog steeds op een strategische positie tussen haarzelf en de deur in.Hij hief een hand naar haar fauteuil.'Kom, Constance,' zei hij.'Ga zitten.'Wantrouwig nam ze plaats.'Kunnen we nu dan even als beschaafde mensen spreken, zonder verdere uitbarstingen?''Durf jij het over jezelf te hebben als "beschaafd"? Jij, als seriemoordenaar en dief?' Ze lachte neerbuigend.De man knikte langzaam, alsof hij dit verwerken moest.'Uiteraard heeft mijn broer een bepaalde voorstelling van zaken gegeven.Tenslotte heeft dat in het verleden ook uitstekend gewerkt.Een buitengewoon overtuigend en charismatisch iemand.''Je mag er niet van uitgaan dat ik ook maar iets van jouw verhalen geloof [ Pobierz całość w formacie PDF ]