[ Pobierz całość w formacie PDF ]
.’Er klonk een doffe gong en een hoge vrouwenstem zei door de luidspreker dat de daibiao weer werden verwacht in de centrale hal.Chu moest zich verontschuldigen.Mijn stuk moest diezelfde middag de krant in dus baande ik me een weg langs de veiligheidspolitie op zoek naar een taxi.Een uur voordat de krant zou bellen, zat ik weer thuis achter mijn bureau.Om vier uur kwam Tymo uit school.Wang gaf hem zijn dagelijkse portie fruit.Tymo deed zijn schooluniform uit en voor het buitenspelen maakte hij samen met Wang en Linda, het buurmeisje, zijn Chinese huiswerk.Op een dag als deze was zijn moeder niet aanspreekbaar.China was de opening van de krant en dan wist hij dat ik niet gestoord kon worden.Wang bracht thee en deed de deur van mijn kantoor dicht.6 | Naar de kolenmijnenMaart 2007De eerste journalist die naar China kwam, was mijn collega Carolien Straathof.In 1985 vestigde zij zich voor de nos en de Volkskrant in Peking.In die tijd moesten journalisten nog vooraf toestemming vragen aan het ministerie van Buitenlandse Zaken als ze buiten Peking een reportage wilden maken.Daar kwam pas verandering in toen de Olympische Spelen aan China werden toegewezen.Vanaf 1 januari 2007 hoefden buitenlandse journalisten geen toestemming meer te vragen voor een reportage of een interview.Dat was een grote stap op weg naar persvrijheid in China.Voor het eerst in achttien jaar konden buitenlandse journalisten een gesprek voeren met Bao Tong, de voormalige rechterhand van de hervormingsgezinde, in 2005 overleden oud-premier Zhao Ziyang uit de tijd van de Tiananmenopstand.Reuters kreeg toestemming om een interview te maken met Hada, de vrouw van een Mongoolse onafhankelijkheidsstrijder die in 1995 vijftien jaar gevangenisstraf had gekregen.Omdat de autoriteiten op het platteland slecht op de hoogte waren van de nieuwe persvrijheid regende het de eerste maanden klachten bij de Club van Buitenlandse Correspondenten.Journalisten waren in de provincie op plaatselijke politiebureaus vastgehouden omdat ze zonder toestemming aan het werk waren.De correspondentenclub, gesteund door Journalisten zonder Grenzen, adviseerde ons voortaan een Chinese versie van de nieuwe persregels mee te nemen op reis.Dat bleek een gouden tip toen ik in januari 2007 naar de provincie Shanxi vloog voor een reportage over de bouwvallige en slecht beveiligde kolenmijnen waar ieder jaar door gasexplosies, instortingen en overstromingen 5000 mijnwerkers om het leven komen.In het kader van een vijfjarenplan om de mijnbouwsector te hervormen en veiliger te maken, was Peking al maanden bezig om duizenden mijnen te sluiten.Ik wilde een paar van die mijnen bezoeken die met sluiting werden bedreigd.Shannon dacht dat het niet makkelijk zou zijn, maar ze had contacten en nadat er weer zo’n vreselijk mijnongeluk was gebeurd, kon ik naar Shanxi, de kolenschuur van China, goed voor een kwart van China’s mijnbouwproductie.Shannon stuurde haar broer Richard mee omdat ze zelf geen tijd had.Richard zag eruit als een Chinese Jerommeke, klein van stuk en buitenproportioneel gespierd.Hij moest ieder uur plassen.Of dat iets met zijn postuur te maken had weet ik niet.Ik voelde me in ieder geval veilig met deze Chinese bodyguard aan mijn zijde.Al tijdens de landing werd me duidelijk dat we het kolengebied van China gingen bezoeken.Ik had de indruk dat de piloot door de smog misschien vijftig meter zicht had.Buiten het vliegveld stond een zwarte auto met chauffeur op ons te wachten die door Shannon was geregeld.Na een rit van drie uur door het rotsachtige heuvelgebied van Shanxi, wat letterlijk betekent westelijke bergen, arriveerden we in Hua Baogou, een straatarm mijnwerkersdorpje.We stopten op een plein midden in het dorp en stapten uit.Het eerste wat ik zag was een groot bord met een portret van oud-president Jiang Zemin met daaronder de teksten ‘Herstel de glorie’ en ‘Veiligheid voor het volk’.Toen we omhoog het dorp uit wandelden, werden we aangesproken door twee mannen.Agenten in burger, zo bleek.Waar ze vandaan kwamen weet ik niet.‘Meekomen naar het politiebureau,’ zei de kleinste van de twee die met zijn ronde gezicht en pukkel op zijn kin iets weg had van Mao Zedong.De ander was langer en dunner en had zijn haar met brillantine achterovergekamd in een soort vetkuif.Het politiebureau was een vrijstaand betonnen blokkendoosje.Grijs, met een deur in het midden en aan weerszijde kleine getraliede ramen.In het kantoortje zag ik een bureau met een pennenbakje, twee stoelen, een bankje, een stalen archiefkast, een thermoskan met thee, een kwispedoor en een watercontainer.Niets aan de muur.Wat we kwamen doen, vroegen de heren bars.Richard legde het uit en viste uit zijn tas de nieuwe regels voor buitenlandse journalisten die ik had gedownload van de website van het ministerie van Buitenlandse Zaken.De kleine met de pukkel belde toen met zijn mobieltje, ik nam aan naar Peking, en begon een lang gesprek.Daarna waren ze een stuk vriendelijker en verontschuldigden zich.We konden naar de mijn en moesten toch vooral begrijpen dat ze ons voor onze veiligheid hadden gecontroleerd.Toch had ik de indruk dat ze ons veel liever naar huis hadden gestuurd.Ik had gehoord dat mijnen die eerder waren gesloten omdat ze niet aan de veiligheidsvoorschriften konden voldoen, na een paar dagen gewoon weer opengingen zodat de gemeente belasting kon blijven heffen op de exploitatie, de ambtenaren smeergeld konden ontvangen en de inwoners van het dorp niet zonder werk kwamen te zitten.Veel gemeentebestuurders hebben een belang in de plaatselijke mijnen gekocht.Ze delen in de hoge winsten, zijn niet geïnteresseerd in veiligheid en houden pottenkijkers het liefst buiten de deur.Een bezoek aan een illegale mijn was om die reden voor een journalist een hachelijke onderneming, levensgevaarlijk zelfs [ Pobierz całość w formacie PDF ]